1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11

Rust en Vrede

De allereerste keer dat een wijn me bijna letterlijk van mijn sokken blies, herinner ik me nog bijzonder goed. We waren op een vrijdagavond als leerling-sommeliers bij mekaar gekomen om blind een paar wijnen te proeven en er een beetje beginnerscommentaar bij te geven. Een van onze leraars – even zot van wijn als wij – was er ook bij en hij had naar eigen zeggen “een speciaal fleske” mee. Toen we zijn wijn proefden, bleef iedereen sprakeloos. Nooit had ik al iets geproefd wat ook maar op deze wijn léék. Ik had nochtans al behoorlijk wat nieuwe wereld-blockbusters geproefd. U weet wel: fruitbommen die in de mond ontploffen en vooral extreem krachtig zijn. En ook wijnen met veel finesse, zoals bijvoorbeeld een mooi gerijpte Margaux, waren me niet helemaal vreemd. Maar de combinatie van die twee kenmerken? Neen, zoiets had ik nog nooit geproefd.

Rust en Vrede (die naam alleen al!) is een van de absolute topdomeinen van Zuid-Afrika. Men maakt er een aantal zogenaamde monocépagewijnen (wijnen van maar één druivensoort, bijvoorbeeld merlot, cabernet sauvignon, pinotage…), maar het paradepaardje van het domein is de Estate-wijn. Die wordt gemaakt van twee derden cabernet sauvignon, aangevuld met shiraz en een snuifje merlot.

De Estatewijn van Rust en Vrede levert een mand vol dik en rijp zwart fruit, aangevuld met een ongezien fijne kruidigheid en toetsen van koffie, chocolade en vanille. De wijn is nu al zeer genietbaar (eerst een uurtje karaferen!) maar kan nog jaren mee. Overigens gaan ze bij Rust en Vrede niet over een nacht ijs: de wijn rijpt bijna twee jaar op eiken vaten en moet nadien nog anderhalf jaar flessenrust krijgen. Niet voor niets duikt de Estate bijna jaarlijks op in de lijst van de 100 beste wijnen ter wereld.

Van hetzelfde domein hebben we ook een sauvignon blanc in ons gamma: Guardian Peak. En om die hier te krijgen moest er zwaar onderhandeld worden.
Toen we in Zuid-Afrika op bezoek waren bij Rust en Vrede, kregen we als aperitief voor de “braai” (= barbecue in het Afrikaans) een heerlijke sauvignon blanc te proeven. De wijn had de frisheid en de zuurtjes van een Franse Sancerre, maar tegelijk ook de volle rijpheid die Franse sauvignons zo dikwijls missen. Ik had tijdens onze Zuid-Afrikareis al veel sauvignon blanc geproefd, maar zo’n plezierige, pretentieloze sauvignon was ik nog niet tegengekomen.
Mijn prille hoop om de wijn aan mijn assortiment te kunnen toevoegen, werd al snel aan diggelen gegooid toen ik eigenaar Jean Engelbrecht van Rust en Vrede aan de tand voelde over eventuele import. “Onze sauvignon is  een mini-cuvée.  Hij wordt enkel op het domein verkocht en je kan hem ook proeven in onze restaurants”, vertelde de voormalige luchtvaartpiloot. Met “onze restaurants” bedoelde Engelbrecht het Rust en Vrede-restaurant op het domein in Stellenbosch, dat beschouwd wordt als het beste restaurant van heel Zuid-Afrika en sinds 2009 elk jaar opduikt in de top 100 van de beste restaurants wereldwijd. Het andere is het restaurant van Engelbrechts tweede domein: Guardian Peak, ook al in Stellenbosch.
“Onze sauvignon is dus een beetje een folietje”, vertelde Engelbrecht verder. “We hebben er gewoon veel te weinig van om hem te commercialiseren”.
Niet alleen ik was weg van deze knisperende wijn. Mijn vrouw was ook meteen verkocht, en ik zag in haar ogen een blik die voor mij boekdelen sprak. “Nu zal het gaan beginnen”, dacht ik meteen. En inderdaad: bijna onmiddellijk nadat Engelbrecht zijn verhaal verteld had, startte ze een subtiel charmeoffensief. Uit haar vastberaden blik wist ik dat er maar één doel was: de sauvignon blanc moést en zou naar Sint-Laureins komen.
Er gingen een paar uur over en menig flesje van het Rust en Vrede-label passeerde de revue, maar aan het einde van de avond gebeurde wat moest gebeuren: de eigenaar van Rust en Vrede – nochtans een beer van een vent – ging overstag en beloofde ons een pallet van zijn sauvignon blanc. Want als die van ons iets in haar kopke steekt…

webdesign De Webstek